In 09/1955 werd de 356 vervangen door de uitvoerig verbeterde 356 A. Vanaf zijn marktintroductie was dit model leverbaar met vijf 4-cilinder motoren:
356 A 1300 met 44 pk
356 A 1300 Super met 60 pk
356 1600 met 60 pk
356 A 1600 Super met 75 pk
356 A 1500 GS Carrera met 100 pk
De modificaties aan de auto waren onderdeel van 'Technisch programma 1' (T1). Een van de visuele verschillen tussen de A-serie en de originele 356 was de ongedeelde, gebogen panoramische voorruit. De voorknipperlichten zaten altijd geïntegreerd in het claxonrooster en alle modellen hadden een gemodificeerde voorklephandgreep met geïntegreerd Porsche embleem. De achterlichten waren vanaf 03/1957 traanvormig.
De productie van de 1300 modellen werd in 09/1957 (T2) gestopt. De eindpijpen van de 1600 modellen eindigde tussen de bumperrozetten om meer bodemvrijheid te genereren. De verchroomde behuizing met kentekenplaatverlichting en achteruitrijlicht zat onder de kentekenplaat bevestigd.
Alle generaties van de 356 waren ook leverbaar in een open versie (Cabriolet, Speedster of Convertible D).
Bijzonder sportieve versies kregen vanaf het type 356 A de extra aanduiding 'Carrera' en werden aangedreven door een Fuhrmann-motor.